Al een week zag ik hem staan; de super donsjas! In een advertentie op internet werd hij tweedehands, maar van topkwaliteit, aangeboden. Slechts één keer gedragen, dus werkelijk als nieuw. Hij werd als heel warm aangeprezen en aangezien ik pas ontzettend veel tijd had staan blauwbekken op diverse stations, omdat ik aldoor maar moest overstappen en geen enkele trein lekker op de andere aansloot, dacht ik; ''Zo kan het niet langer! Deze winter overleef ik absoluut niet, zonder dat ik die jas heb.''
Dat was duidelijk.
De verkoopster van het prachtstuk, de voormalige eigenaresse, vond dat ik het moest ophalen, per post sturen was haar te omslachtig. Dit betekende drie kwartier rijden, maar was dat erg? Nee, voor zo'n jas ging je door het vuur en zeker als daarna alles anders, warmer en beter zou worden.
Ik op weg. In een verre buitenwijk, aan de rand van een Brabants stadje vond ik ergens in de sneeuw het bewuste adres.
Tineke deed open, hartelijk alsof we al jaren vrienden waren. Dit vanwege ons korte mailcontact, vermoed ik. Die haar vermoedelijk bijzonder goed bevallen was. Had ik er misschien een vleugje humor doorheen geschreven?
'Kom maar binnen, hij ligt al klaar,' riep ze doortastend en leidde mij een donkere garage in. Ferm drukte zij me de droomjas in de handen. Er schoot even een snelle twijfel door mij heen. 'Leek het niet een beetje goedkoop van snit?' maar juist op tijd drukte ik dit storende gevoel weg. Niet voor niets had ik zo'n eind gereden en wilde resultaat. Ik kwam om te kopen en mijn droom waar te maken, geholpen door Tineke's sublieme verkoopenergie.
'Heel praktisch ook,' besliste Tineke en 'stond zo goed'. In de zijspiegel van een glimmende motor, die in de garage stond mocht ik mijzelf aanschouwen. Een beetje wringen om een passend totaalbeeld te krijgen in het 4 bij 5 spiegeltje, maar iets anders had ze niet.
Was het erg? Nee zeg! Je ziet zo toch wel hoe goed het staat. Ze praatte onophoudelijk.
Haar huis mocht ik duidelijk niet in, waar zeker genoeg spiegels zouden staan, want Tineke zelf zag er ultraverzorgd uit, met pasgeknipt diagonaal kapsel en vele lagen opmaak.
'Is alles dons of een percentage?' Vroeg ik nog zachtjes. Bijna durfde ik deze kritische vraag niet te stellen, alsof ik haar niet vertrouwde. Bah.
Ze keek me inderdaad misprijzend aan en antwoordde; 'Natuurlijk dons!'
Het dons diende ik met tennisballen te wassen gaf ze nog als tip mee. Ik was overtuigd, Tineke was een wereldvrouw. Gaf haar het geld en gehuld in de droomjas, waarop haar parfum (bepaald niet mijn smaak, zoet en weeïg) reed ik naar huis.
Pas onderweg gaf ik mijn twijfel een kans.
Ik stopte, betaste het materiaal in helder daglicht en vond dat het dons verrassend vlak aanvoelde, als polyester vulling. Het kon toch niet waar zijn?
Thuis aangekomen voelde ik mij wat droevig, propte mijn stinkende droomjas meteen in de wastrommel, goot er flink wat wasmiddel bij zodat haar smerige parfum zou wegspoelen en vouwde mijn handen in onschuld. Die tennisballen leken me niet nodig.
De jas bleek inderdaad van honderd procent kunststof, wat het voordeel heeft dat je het makkelijk kan wassen. Tineke had me voorgelogen. Dromen zijn bedrog en ik een naïef ei.
dag van een Mies