Voor de verandering een zondag, een dag met volop zon zogezegd en dat is
even wennen. Je kan nu niet binnen zitten met een gerust hart. Eruit, eruit!
N. belde, hij ligt in het ziekenhuis, omgevallen met zijn fiets en enkel gebroken. Op het laatste restje ijs is hij onderuitgegaan, net voordat alles weggesmolten was.
N. woont alleen, dus heeft hij hulp nodig bij van alles.
Zijn val zal een gegronde reden hebben. N. is van de 7-de dag adventisten en heeft een sterk geloof in het hogere wezen. Niets gebeurt zonder reden, ook al snapt niemand er iets van, het is belangrijk dat God weet wat hij doet en hij doet het voor jou!
Een sterk geloof lijkt me fijn, N. klonk dan ook opgewekt door de telefoon, terwijl hij mij belde en vroeg of ik rooibosthee wilde brengen en zijn katten eten geven.
Dat wilde ik best.
N. was daarna alleen uren onbereikbaar, omdat ze hem gingen boren en repareren.
N. is geopereerd en de katten hebben brokjes gehad. Ik kreeg de sleutel van zijn huis en kon
zodoende de puinhoop eens aanschouwen.
Sjonge, indrukwekkend en dat voor zo'n gelovig iemand.
Ik dacht dat die meer van orde en regelmaat hielden.
Tussen stapels kleding op zoek naar schone was. Heb je wel eens
per ongeluk een hele vuile sok van een vreemd mens besnuffeld? Niet doen. Zo'n geur blijft je opeens heel lang bij. Agghh en die kleren die hij heeft.... echt rijp voor de vuilnisbelt.
Kan God niet ook zorgen dat N. iets aan zijn persoonlijke hygiene doet? In plaats van dat hij de hele dag achter de computer zit om heilige dingen te typen en te versturen?
Zie je wel vaker bij mannen, alleen bezig met hogere doelen en een volslagen gebrek aan realiteitszin. De dagelijkse dingen zijn misschien een beetje te min.
Ik heb maar niks gezegd tegen N.
Zijn bruin uitgeslagen sweaters gebracht, een enkel schoon ondergoedje uit het jaar nul en de bijbel natuurlijk. Die wil hij ook graag.
Hij is nog wel opgewekt maar iets minder. Heeft maar een half uur geslapen vannacht, zegt hij. Oh het ziekenhius, een bron van ellende.
Ik belde met zuster Miranda. Die was behoorlijk chaggerijnig. Zou ik ook zijn als ik met zo' n naam door het leven moest. Ik kon de verse kattenbakvulling niet vinden, dus wilde ik N. raadplegen. De vulling moest ik toch echt hebben want er was net een flinke lading diarree door een kat geworpen. Hij groef het netjes onder en schudde zijn pootje flink, omdat het bleef plakken. Allemaal juist onder mijn fijne neus.
Zuster Miranda zei dat N. niet op deze afdeling lag. Vreemd, omdat ik hem daar toch al had opgezocht. Miranda werd link en vroeg wie ik dan wel niet was. Ja, wie ben ik eigenlijk? Dit leek mij niet ter zake doend, en na veel zacht gepraat kon ik een naderend conflict voorkomen. Tussen Miranda en mijzelf.
Geen pretje het ziekenhuis, je hebt er veel tact voor nodig.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten